Schoorl

Als jonge jongen wilde ik altijd bij de politie. Het leek me een spannend beroep vol avontuur en hulpverlenen aan mensen. Toen ik 13 jaar oud was kreeg mijn moeder een hersenbloeding. Hierdoor veranderde mijn leven enorm en kwam het ‘zorgen voor’ op mijn pad; thuis koken en helpen met allerhande zaken om het voor mijn ouders lichter te maken. Daardoor lag de stap van de middelbare school naar een MBO zorgopleiding ineens voor de hand.

Ik heb tijdens mijn stages vele verzorgingshuizen gezien en uiteindelijk ben ik er bij één gebleven. In die periode is mijn liefde voor de zorg gegroeid. Hoe ik mijn werk deed had direct invloed op de dag van de bewoners. Dat maakte me bewust van mijn verantwoordelijkheid. Maar soms was het ook zwaar en had ik behoefte aan ontspanning.

Als tegenhanger heb ik daarom een seizoenkaart van AZ aangeschaft. Lekker even een heel andere omgeving en mooi om met medesupporters te juichen voor je club (of samen te balen). De laatste jaren is het nog mooier geworden: mijn kinderen zijn nu groot genoeg om met mij mee te gaan. We maken samen fijne dingen mee en op die manier bouwen we waardevolle herinneringen op. Dat is wat ik van nabestaanden ook vaak hoor: niets zo belangrijk als die bijzondere momenten die je samen hebt beleefd.

Vanuit de zorg kwam ik ook al gauw in aanraking met dood en dat vond ik toen al iets interessants. Ik ben me gaan verdiepen in het vak van uitvaartleider en heb ook de opleiding doorlopen. Maar als zorgmens kon ik daar mijn ei niet helemaal in kwijt en heb ik gekozen voor de functie van overledenenverzorger. Een bijzonder vak waarbij je er écht kunt zijn voor de nabestaanden. Samen de dierbare verzorgen en praten over zijn of haar leven, al is het maar kort, is van grote waarde.

Net als bij een politieagent is voor mij elke dag weer anders. Wat ik doe is van betekenis en ik help mensen. Uiteindelijk ben ik dus toch dicht bij mijn droom gebleven. Dat geeft een mooi en dankbaar gevoel!